Rechtbank Midden-Nederland 6 september 2017
ECLI:NL:RBMNE:2017:4373
Deze zaak gaat over bestuursaansprakelijkheid bij een vereniging, maar de omstandigheden zijn atypisch. Het gaat over een bedrijventerrein dat wordt ontwikkeld door drie bedrijven die de ” ontwikkelingscombinatie” vormen, waarbij een (gewone) vereniging wordt opgericht om de gemeenschappelijke voorzieningen in eigendom te krijgen en te beheren. Van drie (van de vier) bedrijven wordt een werknemer bestuurslid van de vereniging. De vereniging koopt de riolering op het bedrijventerrein voor € 1 van de ontwikkelingscombinatie. De riolering is (bij oplevering) al gebrekkig, en de kosten voor herstel zijn € 500.000. Uiteindelijk komen de kopers van de bedrijfsruimtes, als leden, in actie, vormen een nieuw bestuur, en de vereniging stelt de oude bestuursleden persoonlijk aansprakelijk.
De rechter wijst de vorderingen af. De bestuursleden kunnen, volgens de rechter, geen persoonlijk ernstig verwijt gemaakt worden. ” Wat [de vereniging] betreft is de eerst verantwoordelijke daarvoor de ontwikkelingscombinatie. Daarom ligt het voor de hand dat [de vereniging] in eerste instantie de ontwikkelingscombinatie aanspreekt tot vergoeding van haar schade op grond van wanprestatie, en niet (direct) haar voormalige bestuurders. Dit geldt temeer omdat renovatie van de riolering volgens [de vereniging s] mogelijk € 500.000 zal gaan kosten en het verhalen daarvan op [de bestuursleden] zeer ingrijpende gevolgen kan hebben voor hen en hun families. “Ook als [de ontwikkelingscombinatie niet aansprakelijk kan worden gesteld] treft [de bestuursleden] niet een voldoende ernstig verwijt. Daarbij gaat de rechtbank er, ook veronderstellenderwijs, vanuit dat het voor de leden van [eiseres] in 2012 al wel voldoende duidelijk moet zijn geweest dat de ontwikkelingscombinatie haar vermoedelijk een gebrekkig rioleringsstelsel heeft geleverd. [De ALV had toen op twee manieren in actie kunnen komen.] De algemene ledenvergadering van [de vereniging] heeft echter nagelaten om een van deze twee wegen te bewandelen en ook dat kan haar worden verweten.”
Naar mijn mening gaat de rechter hier ver buiten het kader voor het beoordelen van een persoonlijk ernstig verwijt, zoals gesteld in het (overigens wel door de rechter aangehaalde) arrest Staleman / Van de Ven van de Hoge Raad. Of het schadebedrag groot is, en of moeten betalen van schadevergoeding ernstige gevolgen heeft voor de bestuursleden, kan hooguit een grond zijn voor rechtelijke matiging (artikel 6:109 BW), maar staat volkomen los van de vraag of aan de bestuursleden een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt – en dat nog afgezien van de mogelijke aanwezigheid van een bestuursaansprakelijkheidsverzekering. Ook het beroep op eigen schuld van de ALV, staat volkomen los van aansprakelijkheid (artikel 2:9 BW), en kan hooguit relevant zijn voor rechtelijke matiging en omvang van de vergoedingsplicht (artikel 6:101 lid 1 BW). Tot slot blijft het meest opvallende aspect onderbelicht, namelijk dat de bestuursleden kennelijk werknemers waren in de uitoefening van hun functie. Men kan dan denken aan werkgeversaansprakelijkheid, artikel 6:170 BW, inclusief de regeling van draagplicht in artikel 6:170 lid 3.
Vonnis van 6 september 2017
in de zaak van
de vereniging [eiseres] ,
tegen 1 [gedaagde sub 1] ,
2. [gedaagde sub 2],
Partijen zullen hierna [eiseres] , [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] genoemd worden.
2De feiten
- –
[bedrijfsnaam 1] BV (hierna: [bedrijfsnaam 1] ): 40%
- –
[bedrijfsnaam 2] BV (hierna: [bedrijfsnaam 2] ): 30%
- –
[bedrijfsnaam 3] (hierna: [bedrijfsnaam 3] ): 20%
- –
[bedrijfsnaam 4] : 10%.
-
-
Het doel van de vereniging is het in eigendom verkrijgen, beheren en onderhouden van één of meer ontsluitingswegen en de tot gemeenschappelijk gebruik bestemde voorzieningen gelegen op het “Bedrijvenpark [eiseres] ”.
-
Zij tracht dit doel onder meer te bereiken door:
‘[…] 5. ResuméDe opleveringsinspectie bevat diverse toestandsaspecten (infiltratie van grondwater, scheurvorming, bezonken afzetting), waar ingrijpen/vervolgactie het advies is. De ligging van 5 van de 52 strengen in het geïnspecteerde rioolstelsel voldoen aan de gestelde RAW eisen. (op basis van de beschikbare hellinghoekgrafieken). De ligging van 29 van de 52 rioolstrengen heeft een grotere effectieve afwijking dan het criterium van 10% van de diameter van de buis ten opzichte van de ideale lijn.De totale indruk van het aangelegde stelsel is dat het stelsel een onvoldoende kwaliteit bezit die van een nieuw aangelegd stelsel verwacht mocht worden (op basis van de inspectiegegevens van 2009). Met name de ligging van de rioolstrengen is verre van acceptabel, zeker in het DWA-stelsel gaat de afwijkende ligging (met een maximum van 156%) leiden tot vuilophoping met totale verstopping tot gevolg.Acties benodigd om een voldoende functionerend stelsel te verkrijgen
- –
De infiltraties van grondwater repareren.
- –
De obstakels in de standpijp en putten verwijderen
- –
De scheurvorming repareren
- –
De strengen die niet aan de eisen met betrekking tot ligging voldoen dienen opnieuw met de juiste ligging aangelegd (herlegd) te worden of aanvullend gereinigd te worden op basis van de reguliere reinigingsfrequentie opgenomen in het onderhoudsplan. […]’
3Het geschil
-
Voor recht verklaart dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in hun hoedanigheid van bestuurders van [eiseres] onrechtmatig hebben gehandeld door verwijtbaar tekort te schieten in de behoorlijke vervulling van hun bestuurstaak en uit dien hoofde hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die [eiseres] als gevolg daarvan lijdt, nader op te maken bij staat.
-
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding aan [eiseres] van de door [eiseres] gemaakte redelijke kosten ter vaststelling van de schade, bestaande uit de kosten voor het rapport van [D] van € 1.698,54.
-
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de achtste dag na het eindvonnis.