Overerfbaar lidmaatschap

Nadat over het lidmaatschap en de gerechtigheid van [persoon A] , als enig erfgenaam van de overleden voormalige gerechtigde [persoon E] , tot het genoemde tuinhuisje eerder verschil van mening met het voormalige bestuur van [naam vereniging] had bestaan, heeft [naam vereniging] de in conventie ingestelde vordering, behalve wat betreft de proceskosten, niet langer betwist. Tegen deze achtergrond zal de vordering in conventie worden toegewezen.

De vereniging is het er dus (bij nader inzien) mee eens dat het lidmaatschap is overgegaan op de erfgenaam. Dat is opvallend, want volgens artikel 2:34 lid 1 BW is het lidmaatschap van een vereniging “persoonlijk, tenzij de statuten anders bepalen”. Het is dus niet overdraagbaar en kan ook niet door erfopvolging op een ander overgaan (Kollen, De vereniging in de praktijk, 2007, p.133).